Je ziet plotseling flikkerende lichten. Of een deel van je gezichtsveld valt weg. Je handen tintelen. Woorden vinden kost moeite. En dan — niets. Geen hoofdpijn.
Dit klinkt misschien verwarrend, maar het heeft een naam: stille migraine, ook wel migraine zonder hoofdpijn of ‘migraineaequivalent’ genoemd. Het is een erkende, neurologische aandoening — en een die regelmatig wordt verward met een TIA of andere neurologische problemen.
Wat is stille migraine?
Bij de meeste mensen associëren we migraine met bonkende hoofdpijn. Maar migraine is in de kern een neurologische aandoening — de hoofdpijn is slechts één van de mogelijke uitingen.
Stille migraine (medisch: ‘acephalgic migraine’ of ‘migraine aura without headache’) omvat alle fasen van een migraineaanval — prodroom, aura en postdroom — maar zonder de hoofdpijnfase. De International Headache Society (IHS) erkent dit als aparte subcategorie in de ICHD-3 classificatie.
Het komt vaker voor dan gedacht, met name bij vrouwen in en na de menopauze, en bij mensen die eerder klassieke migraine hadden maar bij wie de hoofdpijn met de jaren verdwijnt terwijl de aura blijft.
Hoe herken je stille migraine?
De symptomen van stille migraine zijn die van de aura — zonder de hoofdpijn erna:
Visuele verschijnselen (meest voorkomend):
• Flikkerende lichten of glinsterende vlekken
• Zigzagpatronen of golvende lijnen in het gezichtsveld
• Een blinde vlek of gedeeltelijk uitval van het gezichtsveld
• Tijdelijke moeilijkheid met scherp zien
Sensorische verschijnselen:
• Tintelingen of verdoving in één hand, arm of gezicht
• Een ‘mars’ van tintelingen die zich van vingers naar schouder of gezicht verplaatst
Taal en spraak:
• Moeite met woorden vinden of spreken (aphasie)
• Verwarring of ‘brain fog’
Aura-symptomen duren typisch 20–60 minuten en zijn reversibel — ze gaan volledig over.
Stille migraine of TIA: hoe maak je het onderscheid?
Dit is de meest gestelde vraag — en terecht. Een TIA (transient ischaemic attack) geeft vergelijkbare tijdelijke neurologische uitvalsverschijnselen. Toch zijn er kenmerken die helpen onderscheid te maken:
Migraine-aura:
• Ontwikkelt zich geleidelijk over 5–20 minuten (positieve symptomen: iets verschijnt)
• Volgt een ‘mars’ — tintelingen trekken langzaam over het lichaam
• Duurt 20–60 minuten
• Visuele symptomen zijn typisch aan beide ogen (visuele cortex)
TIA:
• Treedt plotseling op (negatieve symptomen: iets valt weg)
• Kan gepaard gaan met plotseling krachtverlies
• Visuele uitval is aan één oog (retinale ischemie)
Bij twijfel: bel altijd 112 of ga direct naar de SEH. Een TIA is een medische urgentie. Stille migraine is dat niet — maar het vereist wél medische evaluatie, zeker als het een eerste episode is.
Wie krijgt stille migraine?
Stille migraine komt vaker voor bij:
• Mensen met een voorgeschiedenis van klassieke migraine waarbij de hoofdpijn met de leeftijd is afgenomen
• Vrouwen rondom en na de menopauze
• Mensen met een familiegeschiedenis van migraine
De prevalentie neemt toe met de leeftijd: aura zonder hoofdpijn is relatief zeldzaam op jonge leeftijd maar wordt frequenter na het 40e–50e levensjaar.
Wat kun je doen?
Stille migraine wordt behandeld met dezelfde preventieve strategieën als klassieke migraine:
- Identificeer en vermijd persoonlijke triggers (slaap, stress, hormonen, voeding)
- Regelmatige leefstijl: vaste slaaptijden, regelmatige maaltijden, voldoende hydratatie
- Stressmanagement via bewegen, mindfulness of CGT
- Preventieve suppletie: magnesium en vitamine B2 zijn onderzocht als preventie ook bij migraine-met-aura
Bespreek stille migraine altijd met je huisarts of neuroloog — zeker als de episodes frequenter worden of je ook andere neurologische klachten ervaart.
Lees ook:
→ Wat is migraine? Symptomen, oorzaken en behandeling
→ Migraine bij vrouwen: waarom het 3x vaker voorkomt
→ Hormonale migraine: oorzaken en aanpak
Bronnen & verder lezen
1. International Headache Society — ICHD-3: migraine aura without headache
2. Haan J et al. Migraine aura without headache in a general population. Cephalalgia. 2011
4. Olesen J, Lipton RB. Migraine classification and diagnosis. Neurology. 1994
